Skip to content

Bijzonder kind

“Kom, ga maar staan. Jij bent al groot. Jij kunt wel lopen, toch?!”
Of
“Zoho, jij hebt het makkelijk daar in je wagen!”
Twee opmerkingen die ik als moeder onlangs te horen kreeg.
Het deed me wat.
Hoeveel?
Dat weet ik eigenlijk zelf niet.

Vergeten doe ik ze niet snel.
Maar ach, ze wisten niet beter.
Ze wisten niet dat lopen (nog) niet gaat.
Dat de wandelwagen noodzakelijk kwaad is.
Dat ik ze liever rond zag huppelen.

Maar aan de andere kant;
Je ziet ook verder weinig bijzonders aan haar.
Ik weet nog wel dat ik daar bang voor was.
Ik wist niet wat een waterhoofd was.
Hoe ze eruit zou zien.
Daar maakte ik me zorgen over.
Ze zat nog veilig in m’n buik.
Maar toen ze eenmaal geboren was,
was het de mooiste baby die er maar bestond.
In mijn ogen dan.

En blijkbaar is het nog steeds een gewoon kind om te zien.
Vandaar dat er mensen zijn die opmerkingen maken.
Opmerkingen die bij mij blijven hangen.
Zelf is ze zich nog nergens van bewust.
En hoort ze het aan alsof het niks is.
Ze kruipt nog rond alsof ze een jaar is.
Hoe lang nog vraag ik me af?
Zou ze ooit (los) kunnen lopen?

Hoe zou het zijn als je wel wat bijzonders zou zien?
Dan zijn het geen opmerkingen,
maar blikken die blijven hangen.
Of gefluister en wegkijken.
Ogen, die in je rug prikken misschien.
Hoe ga je daar dan mee om vraag ik me af?

Ik neem het ze trouwens niet kwalijk hoor.
We zijn er allemaal schuldig aan.
Want zeg nu zelf. Iets bijzonders; wat het ook is.
Naar bijzonderheden mag je kijken.
En bijzonder, dat is ze zeker.
Bijzonder waardevol!

Het waard om te leven.
Het waard om besproken te worden.
Het waard om over te schrijven.
En dat hoop ik te gaan doen.
De komende tijd.

Back To Top